Nero di Troia

Nero di Troia, ook wel Uva di Troia genoemd, is een inheemse blauwe druif uit Puglia, de hak van de Italiaanse laars. De naam verwijst hoogstwaarschijnlijk naar het plaatsje Troia bij Foggia, waar het ras zijn oorsprong vindt. Het is een druif met een dikke, stevige schil en compacte, van boven brede trossen, wat direct iets zegt over het karakter van de wijn: veel kleurstof en veel tannine in verhouding tot het beetje vruchtvlees. Nero di Troia is bovendien laatrijpend en kleurt al vroeg in het seizoen, terwijl de suikers en tannines pas veel later volgroeien. Dat maakt het een lastige druif om te telen, en dat verklaart meteen waarom je hem relatief weinig tegenkomt vergeleken met streekgenoten als Primitivo en Negroamaro.

Toont alle 7 resultatenGesorteerd op populariteit

  • , , , , , , ,

    7,95 Toevoegen aan winkelwagen
  • , , , , ,

    10,95 Toevoegen aan winkelwagen
  • , , , , ,

    8,95 Toevoegen aan winkelwagen
  • , , , , ,

    18,45 Toevoegen aan winkelwagen
  • , , , , , ,

    11,45 Toevoegen aan winkelwagen
  • , , , , ,

    24,45 Toevoegen aan winkelwagen
  • , , , , , , , , ,

    14,95 Toevoegen aan winkelwagen

Toont alle 7 resultatenGesorteerd op populariteit

Wat is Nero di Troia?

Nero di Troia, ook wel Uva di Troia genoemd, is een inheemse blauwe druif uit Puglia, de hak van de Italiaanse laars. De naam verwijst hoogstwaarschijnlijk naar het plaatsje Troia bij Foggia, waar het ras zijn oorsprong vindt. Het is een druif met een dikke, stevige schil en compacte, van boven brede trossen, wat direct iets zegt over het karakter van de wijn: veel kleurstof en veel tannine in verhouding tot het beetje vruchtvlees. Nero di Troia is bovendien laatrijpend en kleurt al vroeg in het seizoen, terwijl de suikers en tannines pas veel later volgroeien. Dat maakt het een lastige druif om te telen, en dat verklaart meteen waarom je hem relatief weinig tegenkomt vergeleken met streekgenoten als Primitivo en Negroamaro.

Van oudsher werd Nero di Troia vrijwel altijd bijgemengd om andere Puglese rode wijnen structuur te geven. Tegenwoordig zie je steeds vaker zuivere, monovariëtale flessen, waarin de druif zijn eigen, herkenbare gezicht laat zien.

Hoe smaakt Nero di Troia?

Denk bij Nero di Troia aan een diepe, robijnrode tot granaatrode kleur met soms een paarse gloed in de jeugd. In de neus vind je meestal rijp donker fruit zoals zwarte kersen en pruimen, aangevuld met viooltjes, zoethout, zwarte peper en een vleugje tabak. Naarmate de wijn wat ouder wordt, komen er vaak cacao, koffie en aardse, minerale tonen bij.

In de mond is Nero di Troia vol en stevig gebouwd, met tannines die van nature aanwezig zijn maar bij een zorgvuldige vinificatie fluweelzacht en geïntegreerd aanvoelen. De zuurgraad is over het algemeen fris, wat de wijn ondanks zijn kracht toch een zekere sierlijkheid geeft. De afdronk is lang, met een mooie balans tussen fruit, kruiden en een lichte bitterheid die aan amandel doet denken. Let wel: dit profiel varieert flink per producent en wijze van vinificatie, dus zie het als een richting, niet als een vaste formule.

Waar wordt Nero di Troia verbouwd?

Nero di Troia groeit vrijwel uitsluitend in het noordelijke en centrale deel van Puglia, met Castel del Monte als het belangrijkste hart van de teelt. Klimaat, bodem en hoogteligging bepalen sterk hoe de druif zich daar gedraagt; dat lees je uitgebreider terug op de regiopagina Puglia. Voor deze pagina volstaat de constatering dat het warme, door de zee getemperde klimaat van Puglia de druif net genoeg tijd geeft om zijn koppige tannines te laten rijpen.

Hoe wordt Nero di Troia gevinifieerd?

De vinificatie van Nero di Troia draait vrijwel altijd om het temmen van de stevige tannines zonder de fruitkern te verliezen. Een koude voorgisting-maceratie, gevolgd door gisting op temperatuur in roestvrijstalen tanks, is een veelgebruikte aanpak om kleur en aroma te winnen zonder de wijn te hard te maken. Sommige producenten kiezen voor een langere maceratie om meer structuur en gehalte aan polyfenolen te bereiken, andere houden het bewust kort zodat de wijn juist toegankelijk en fruitig blijft.

Na de gisting kan Nero di Troia op verschillende manieren verder rijpen. Een deel blijft in inox of gebruikt hout om de zuivere vruchtsmaak te bewaren, een ander deel gaat de barrique of het grote vat in voor meer kruidigheid, ronding en bewaarpotentieel. Een enkele producent kiest voor gedeeltelijke indroging van de trossen na de oogst, waardoor de smaken en tannines geconcentreerder worden en de wijn een zwoelere, rijkere stijl krijgt. Blends met Primitivo, Negroamaro of Sangiovese zijn ook gangbaar: de tannine en kleur van Nero di Troia geven dan extra ruggengraat aan soepelere druiven.

Waar past Nero di Troia bij?

Dankzij zijn stevige structuur en kruidige inslag is Nero di Troia een fijne metgezel bij gegrild en geroosterd rood vlees, van lamskotelet tot een sappige burger. Ook bij stoofschotels, rijke pastagerechten met tomatensaus en gerijpte kazen komt de wijn goed tot zijn recht. Een lichtere, jonge stijl met zachtere tannines combineert daarnaast prima met pizza of charcuterie, terwijl een gerijpte versie met meer diepgang beter past bij wild of gerechten met een rokerige of kruidige toets.

Waar let je op bij het kiezen van Nero di Troia?

De grootste valkuil is denken dat alle Nero di Troia hetzelfde smaakt. Een jonge, in inox gevinifieerde versie is fris, fruitig en relatief toegankelijk, terwijl een variant die op hout heeft gelegen of een langere maceratie kreeg veel geconcentreerder en kruidiger uitpakt. Kijk daarom niet alleen naar de druif, maar ook naar de vinificatie: rijping op roestvrijstaal wijst op een directere, fruitgerichte stijl, terwijl vermelding van barrique of grote vaten duidt op meer body en bewaarpotentieel.

Let ook op of je een zuivere Nero di Troia in handen hebt of een blend met Primitivo, Negroamaro of Sangiovese. Een blend is vaak ronder en soepeler omdat de andere druif de stevige tannines van Nero di Troia verzacht, terwijl een monovariëtale wijn de kenmerkende kruidigheid en structuur van de druif onversneden laat proeven. Beide zijn legitieme keuzes; het hangt af van of je zoekt naar een expressie van de druif zelf of naar een gebalanceerd geheel.

Veelgestelde vragen

Is Nero di Troia droog of zoet?

Nero di Troia wordt vrijwel altijd droog gevinifieerd. De volle, stevige indruk die de wijn maakt, komt door tannine en fruitconcentratie, niet door restsuiker.

Op welke temperatuur schenk je Nero di Troia?

Serveer Nero di Troia op zo’n 16 tot 18 graden. Bij een jongere, frissere stijl mag je richting de ondergrens van die marge zitten, bij een gerijpte, houtgelagerde versie past de bovengrens beter, zodat de kruidige en houttonen zich rustig kunnen ontvouwen.

Welk glas past bij Nero di Troia?

Een ruim bordeauxglas doet deze wijn recht. Het brede bolle deel geeft de wijn de ruimte om te ademen, wat helpt om de stevige tannines wat te temperen en het donkere fruit en de kruidige aroma’s beter naar voren te laten komen.

Hoe lang kun je Nero di Troia bewaren?

Dat hangt sterk af van de stijl en de producent. Een jonge, fruitgerichte Nero di Troia drink je het liefst binnen enkele jaren na aankoop, terwijl een Riserva met meer structuur en houtrijping vaak een langer bewaarpotentieel heeft en juist baat heeft bij wat extra flessenrust.

Met welke druiven wordt Nero di Troia geblend?

Primitivo, Negroamaro en Sangiovese zijn de meest voorkomende partners. Nero di Troia levert dan kleur en tannine, terwijl de andere druif vaak voor extra souplesse of fruitigheid zorgt.

Welke stijlverschillen zijn er per streek?

Binnen Puglia is Castel del Monte de belangrijkste bakermat van kwalitatieve, vaak structuurrijke Nero di Troia, terwijl wijnen uit bredere IGP Puglia doorgaans losser en toegankelijker zijn opgezet. Klimaat en bodem die deze verschillen verklaren, lees je uitgebreider terug op de regiopagina Puglia.