Blaufrankisch

Blaufrankisch is een blauwe druif met een lange geschiedenis in Midden-Europa, waar hij al minstens sinds de negentiende eeuw wordt vermeld. In Oostenrijk is het een van de belangrijkste rode druiven, met Burgenland als onbetwiste bakermat. Dezelfde druif komt onder andere namen terug in de buurlanden: in Hongarije heet hij Kékfrankos, in Duitsland Lemberger of Limberger, en in Slavische landen duikt hij op als Frankovka. Genetisch is er een verwantschap met Gouais Blanc, de stammoeder van tal van Europese druiven, maar de exacte oorsprong blijft onderwerp van discussie onder druifkundigen. De naam zelf zou verwijzen naar een onderscheid tussen ‘Fränkisch’ als aanduiding voor kwaliteitsdruiven en ‘Blau’ voor de blauwe schil, al doen er ook kleurrijke anekdotes de ronde over Napoleontische soldaten die met blauwe bankbiljetten zouden hebben betaald. Wat feitelijk vaststaat, is dat je met deze druif een authentiek Midden-Europees ras in handen hebt dat de laatste decennia een indrukwekkende kwaliteitsslag heeft gemaakt.

Enig resultaat

  • , , , , , , ,

    €24,95 Toevoegen aan winkelwagen

Enig resultaat

Wat is Blaufrankisch?

Blaufrankisch is een blauwe druif met een lange geschiedenis in Midden-Europa, waar hij al minstens sinds de negentiende eeuw wordt vermeld. In Oostenrijk is het een van de belangrijkste rode druiven, met Burgenland als onbetwiste bakermat. Dezelfde druif komt onder andere namen terug in de buurlanden: in Hongarije heet hij Kékfrankos, in Duitsland Lemberger of Limberger, en in Slavische landen duikt hij op als Frankovka. Genetisch is er een verwantschap met Gouais Blanc, de stammoeder van tal van Europese druiven, maar de exacte oorsprong blijft onderwerp van discussie onder druifkundigen. De naam zelf zou verwijzen naar een onderscheid tussen ‘Fränkisch’ als aanduiding voor kwaliteitsdruiven en ‘Blau’ voor de blauwe schil, al doen er ook kleurrijke anekdotes de ronde over Napoleontische soldaten die met blauwe bankbiljetten zouden hebben betaald. Wat feitelijk vaststaat, is dat je met deze druif een authentiek Midden-Europees ras in handen hebt dat de laatste decennia een indrukwekkende kwaliteitsslag heeft gemaakt.

Hoe smaakt Blaufrankisch?

Het eerste wat opvalt in het glas is de kleur: Blaufrankisch geeft een diepe, donkerpaarse tot robijnrode tint die intenser overkomt dan je op basis van de tanninestructuur zou verwachten. In de geur en smaak domineert donker fruit zoals kers, pruim en braam, vaak aangevuld met een peperige of kruidige ondertoon en soms een vleugje bloemigheid van pioenroos of viool. Wat deze druif onderscheidt van veel andere rode rassen, is de combinatie van een levendige, soms zelfs stevige zuurgraad met een tanninestructuur die per stijl behoorlijk kan variëren. Jonge, ongehoute Blaufrankisch is fris en fruitig met sappige bessentonen, terwijl wijnen die op eik hebben gerijpt aardser, kruidiger en voller worden, met tonen van cacao of rooktabak. Naarmate de wijn ouder wordt, verschuift het fruit naar iets rijpere, aardsere tonen en integreert de tannine zich verder, wat de wijn een zijdeachtige structuur geeft. Belangrijk om te weten: Blaufrankisch is altijd droog vinifieerd, restzoet hoort niet bij het karakter van deze druif.

Waar wordt Blaufrankisch verbouwd?

Het hart van deze druif ligt in Burgenland, waar het warme, door het Neusiedlersee gematigde klimaat wijnen oplevert met rijp fruit en een stevige structuur. Ook in Niederösterreich, met name in Carnuntum, en in Steiermark wordt de druif geteeld, telkens met een net iets andere signatuur. Over de grens, in Hongarije, heet dezelfde druif Kékfrankos en is hij zelfs nog wijdverspreider dan in Oostenrijk zelf. Voor de precieze invloed van bodem en klimaat op stijl verwijs ik je graag door naar de pagina over Burgenland, waar dat verhaal thuishoort.

Hoe wordt Blaufrankisch gevinifieerd?

Blaufrankisch is een laatrijpende druif met een relatief dikke schil, wat de wijnmaker keuzevrijheid geeft in de vinificatie. Voor lichte, fruitige stijlen wordt de gisting kort gehouden en blijft de wijn vaak in inox of grote, neutrale vaten, zodat het frisse fruit en de levendige zuren op de voorgrond blijven. Voor de vollere, meer ambitieuze wijnen kiezen producenten voor langere schilcontact en rijping op houten vaten of barriques, wat de tannine verder verrijkt en rokerige, kruidige lagen toevoegt. Omdat de druif van nature stevige zuren en een goede hoeveelheid tannine kan opbouwen, is beheersing van de opbrengst in de wijngaard essentieel om onbalans te voorkomen; te hoge opbrengsten leiden snel tot een magerder, groener resultaat. Je ziet Blaufrankisch zowel solo gebotteld als geblend, vaak met Zweigelt of Sankt Laurent, waarbij de blendpartner meestal wat zachtheid en rondeur toevoegt aan de stevige ruggengraat van de Blaufrankisch.

Waar past Blaufrankisch bij?

Dankzij de combinatie van fris zuur en aanwezige tannine is dit een echte tafelwijn die zich goed leent voor een breed scala aan gerechten. Bij geroosterd rood vlees, zoals een entrecote of een stevige stoof, zorgt het vet in het gerecht ervoor dat de tannines zachter aanvoelen, terwijl de kruidige tonen van de wijn de geroosterde smaken juist accentueren. Wildgerechten met een uitgesproken, hartige smaak, denk aan hert of wild zwijn, vinden eveneens een natuurlijke partner in het donkere fruit en de kruidigheid van deze druif. Voor de lichtere, fruitige varianten werkt ook een eenvoudiger gerecht met paprika of gegrilde groenten uitstekend, omdat de frisse zuurgraad het geheel luchtig houdt.

Waar let je op bij het kiezen van Blaufrankisch?

De grootste valkuil bij deze druif is aannemen dat alle Blaufrankisch dezelfde stijl heeft: er bestaat een wereld van verschil tussen een lichte, ongehoute versie en een geconcentreerde, op eik gerijpte fles uit een topjaargang. Let daarom op de aanduiding van herkomst en op vermeldingen van houtrijping op het etiket, dat zegt meer over de stijl dan de naam van de druif alleen. Een andere veelgemaakte fout is de wijn te vroeg opentrekken: juist de stevigere, getanninneerde stijlen hebben baat bij wat decanteren of, beter nog, enkele jaren kelderrust, omdat de tannine dan geleidelijk verder integreert. Houd er ook rekening mee dat de intensiteit van kleur weinig zegt over de kracht van de tannine; door de relatief dunne schil kan een diepgekleurde Blaufrankisch toch verrassend zacht van structuur zijn. Vinificatie, klimaat binnen de streek en de keuze van de producent bepalen uiteindelijk sterker dan de druif alleen hoe een specifieke fles zich gedraagt.

Veelgestelde vragen

Is Blaufrankisch droog of zoet?

Blaufrankisch wordt vrijwel altijd droog vinifieerd; restzoete uitvoeringen horen niet bij het klassieke profiel van deze druif.

Op welke temperatuur schenk je Blaufrankisch?

Voor de lichtere, fruitige stijlen werkt een temperatuur van rond de 14 tot 16 graden goed, zodat het frisse fruit overeind blijft. Ga je voor een vollere, op hout gerijpte versie, schenk dan iets warmer, tussen 16 en 18 graden, zodat de kruidige en aardse lagen zich beter openen.

Welk glas past bij Blaufrankisch?

Een glas met een iets bredere kelk, zoals je vaak voor Syrah of Nebbiolo gebruikt, laat de donkere fruittonen en de kruidige aromatiek goed tot hun recht komen. Bij de lichtere, fruitigere stijlen kun je ook uitwijken naar een iets slanker glas, vergelijkbaar met wat je voor Pinot Noir zou kiezen.

Hoe lang kun je Blaufrankisch bewaren?

Dat hangt sterk af van de stijl en de producent: een lichte, ongehoute Blaufrankisch drink je het beste binnen een paar jaar, terwijl geconcentreerde, op eik gerijpte wijnen uit een goede locatie soms tien jaar of langer kunnen liggen. De stevige zuurgraad en, bij de vollere stijlen, de aanwezige tannine geven deze druif een bewaarpotentieel dat niet iedereen verwacht.

Met welke druiven wordt Blaufrankisch geblend?

De meest voorkomende blendpartners zijn Zweigelt en Sankt Laurent, beide eveneens afkomstig uit Oostenrijk. Deze druiven brengen vaak wat extra zachtheid en rondeur in de blend, als aanvulling op de stevigere structuur van Blaufrankisch.

Welke stijlverschillen zijn er per streek?

Binnen Burgenland zelf lopen de stijlen al flink uiteen: rond het Neusiedlersee ontstaan vollere, bijna opulente wijnen, terwijl gebieden met meer schrale, ijzerhoudende bodems juist slankere, specerijrijkere wijnen opleveren. In Hongarije, waar de druif Kékfrankos heet, ligt de nadruk vaker op iets rondere, toegankelijkere stijlen. Voor de precieze samenhang tussen bodem, klimaat en stijl binnen deze streken verwijs ik je door naar de pagina over Burgenland.