Castelao

Castelao is de meest geplante rode druif van Portugal, en misschien wel de minst opzichtige. Onder zijn eigen naam ken je hem misschien niet meteen, maar onder de naam Periquita des te meer: dezelfde druif, populair gemaakt door één beroemd wijnhuis. Kijk naar de fles hieronder en je ziet meteen waar Castelao goed in is: een stevige, donkere blend die kleur en structuur meebrengt, terwijl een andere druif het fruit levert. Dat samenspel, tussen robuustheid en souplesse, is precies wat deze druif zo bruikbaar maakt voor wijnmakers in het zuiden van Portugal.

Enig resultaat

  • , , , , , ,

    12,95 Toevoegen aan winkelwagen

Enig resultaat

Wat is Castelao?

Castelao is een blauwe druif die van oorsprong uit het zuiden van Portugal komt en daar nog altijd het meest wordt aangeplant. Je komt de naam ook tegen als Periquita, João de Santarém of Trincadeira, afhankelijk van de streek en de fles die je in handen hebt. Periquita is officieel geen synoniem maar een merknaam: het wijnhuis José Maria da Fonseca plantte de druif in de negentiende eeuw op een wijngaard met die naam en de naam bleef aan de druif kleven. Genetisch is Castelao een kruising, al lopen de bronnen uiteen over de exacte ouderdruiven. Wat zeker is: het gaat om een oude, inheemse Portugese variëteit met een lange staat van dienst, ook in versterkte wijnen zoals port, waar hij in beperkte mate is toegestaan.

Hoe smaakt Castelao?

Castelao geeft wijnen met een donkere, robijnrode kleur en een fruitprofiel dat aan rood fruit doet denken: kersen, bramen, pruimen en een vleugje framboos. Er zit vaak een rustieke, iets wilde ondertoon in, met kruidige accenten die het fruit een tegenwicht geven. Jong gebotteld is Castelao toegankelijk en sappig, met stevige tannines die in de jeugd nog wat hoekig kunnen aanvoelen. Na verloop van tijd, en zeker met houtrijping, verzachten die tannines en verschuift het beeld richting leer, tabak, vanille en soms een vleugje chocolade of drop.

De schil van de druif is dik, wat wijnen met veel kleur en structuur oplevert. Dat maakt Castelao geschikt voor twee heel verschillende stijlen: een lichte, fruitige wijn voor snel drinken, of juist een geconcentreerde, tanninerijke wijn die om jaren rijping vraagt. Welke kant het opgaat, hangt sterk af van de opbrengst per hectare, de leeftijd van de wijnstok en de keuzes die de producent maakt in de kelder.

Waar wordt Castelao verbouwd?

Het zwaartepunt van Castelao ligt in het zuiden en midden van Portugal, met het schiereiland Setúbal als meest geroemde gebied. Ook in Tejo, Alentejo en Lissabon staat de druif op grote schaal aangeplant, en her en der duikt hij op langs de Douro. Klimaat en bodem bepalen sterk hoe de druif zich gedraagt: op de karakteristieken van een specifieke streek ga je het beste na op de regiopagina van Setúbal of de andere Portugese wijngebieden. Wat je hier vooral moet onthouden, is dat Castelao een aanpasser is die zowel warmte als een zekere droogte goed verdraagt, en dat juist die veelzijdigheid wijnmakers in staat stelt om met dezelfde druif heel verschillende stijlen te maken.

Hoe wordt Castelao gevinifieerd?

In de kelder is Castelao een dankbare druif om mee te werken, al vraagt hij wel om aandacht voor de tannine. Bij eenvoudigere, fruitige stijlen wordt de gisting relatief kort gehouden en blijft roestvrij staal de norm, zodat het frisse rode fruit voorop blijft staan. Voor de meer serieuze wijnen kiezen producenten voor langere schilcontact en maceratie, gevolgd door rijping op eikenhout. Dat hout, vaak Frans eikenhout, temt de stevige tannines en voegt tonen van vanille en gerookt hout toe zonder het fruit te overheersen.

Castelao wordt daarnaast veel gebruikt in blends, waarbij hij structuur en kleur inbrengt terwijl een andere druif voor extra fruit of aroma zorgt. Veelgebruikte partners zijn Touriga Nacional, Aragonez en Alicante Bouschet. Bij dat laatste type blend worden de druiven vaak apart vergist en pas na de vinificatie samengevoegd, zodat de kenmerken van beide druiven optimaal tot hun recht komen. Hoeveel hout, hoe lang de maceratie en welke druiven worden bijgemengd, verschilt sterk per producent en per wijn.

Waar past Castelao bij?

Castelao is een gastronomische druif die goed samengaat met stevigere gerechten. Denk aan gegrild of gestoofd rood vlees, wild, of gerechten met een kruidige of gerookte toon. De rustieke fruitigheid en de tannine maken hem ook een prettige metgezel bij harde kazen. Een jonge, fruitige Castelao is dan weer geschikt voor lichtere maaltijden, zoals gevulde pasta’s of een stevige stoofpot met peulvruchten. Bij een op hout gerijpte, complexere versie past voedsel met wat vet en structuur het beste, zodat de tannines iets hebben om tegenaan te leunen.

Waar let je op bij het kiezen van Castelao?

De grootste valkuil bij Castelao is verwachten dat elke fles hetzelfde smaakt. Omdat de druif zo veelzijdig is, verschilt een eenvoudige, fruitige Castelao enorm van een geconcentreerde versie van oude wijnstokken met houtrijping. Kijk daarom niet alleen naar de druif, maar ook naar de herkomst en de vinificatie: een wijn van het schiereiland Setúbal met vermelding van houtrijping belooft doorgaans meer diepgang dan een simpele, jonge variant. Let ook op of Castelao als enige druif is gebruikt of onderdeel is van een blend, want dat verandert het smaakbeeld aanzienlijk. Een wijn met een flink aandeel Alicante Bouschet krijgt bijvoorbeeld meer kleur en body dan een zuivere Castelao.

Een tweede punt van aandacht is de leeftijd van de wijn. Jonge Castelao kan in de jeugd nog wat strakke tannines hebben; iets langer laten liggen, of goed laten ademen, doet vaak wonderen. Oudere wijnstokken geven doorgaans meer concentratie en een rijker fruitbeeld dan jonge aanplant, al is dat gegeven niet altijd op het etiket terug te vinden.

Veelgestelde vragen

Is Castelao droog of zoet?

Castelao wordt vrijwel altijd droog gevinifieerd. De wijnen kennen geen restzoet van betekenis en laten het fruit spreken zonder zoete afdronk.

Op welke temperatuur schenk je Castelao?

Een lichtere, fruitige Castelao komt het beste tot zijn recht rond 14 tot 16 graden. Een rijkere, op hout gerijpte versie mag iets warmer, tussen de 16 en 18 graden, zodat de kruidige en houttonen zich beter ontvouwen.

Welk glas past bij Castelao?

Een middelgroot bordeauxglas werkt goed bij Castelao, omdat het de tannines wat zachter laat overkomen en het fruit ruimte geeft om te ontwikkelen. Bij een lichtere, jongere stijl volstaat ook een iets kleiner, rond glas.

Hoe lang kun je Castelao bewaren?

Dat hangt sterk af van hoe de wijn is gemaakt. Eenvoudige, fruitige Castelao drink je het liefst binnen enkele jaren, terwijl geconcentreerde versies van oude wijnstokken met houtrijping juist gebaat zijn bij enkele jaren extra kelderrust en daarna nog lang mooi kunnen blijven.

Met welke druiven wordt Castelao geblend?

Castelao wordt vaak gecombineerd met Touriga Nacional, Aragonez of Alicante Bouschet. Deze druiven brengen extra fruit, kleur of aroma in, terwijl Castelao zelf zorgt voor structuur en tannine.

Welke stijlverschillen zijn er per streek?

Op het schiereiland Setúbal levert Castelao doorgaans de meest geconcentreerde en vlezige wijnen, dankzij de zandgronden en het warme klimaat. In koelere of vochtigere gebieden valt de wijn doorgaans lichter en directer drinkbaar uit. Voor de precieze invloed van klimaat en bodem verwijzen we je graag door naar de regiopagina van Setúbal.